Expert
Geloofwaardigheid
We zijn geneigd het voorbeeld van de expert te volgen. Expertise is dus van invloed op onze attitude. Reclamemakers passen het principe van de geloofwaardige boodschapper veel toe. Zo prijst een kinderverzorgster een vernieuwde luier aan, een tandarts een vernieuwde tandpasta en een autocoureur een nieuw model auto. Zelfs de aantrekkelijkheid van de boodschapper blijkt van invloed op onze overtuigingen (Chaiken, 1986). Deze vorm van overtuigen leidt echter slechts tot een kortstondige attitudeverandering. Vandaar dat reclame tot vervelens toe herhaald wordt. Want als een attitude steeds weer op dezelfde manier beïnvloed wordt, kan een nieuwe overtuiging ontstaan, zelfs ongemerkt.
Onze attitude wordt sneller beïnvloed als de boodschapper op ons lijkt of als de boodschapper tot onze groep behoort. De huisvrouwen die een vernieuwd wasmiddel aanprijzen, lijken op de huisvrouwen die het wasmiddel kopen. De reden hiervoor is evolutionair bepaald. We ontwikkelen sterkere gevoelens voor mensen die op ons lijken, voor onze eigen groep.
Angst
Nog iets over de boodschap zelf. Kun je beter aandacht geven aan de negatieve gevolgen van onveilig gedrag (verliesaversie) of aan de positieve gevolgen van veilig gedrag? Al Gore benadrukt bijvoorbeeld de negatieve gevolgen van ongewenst gedrag op het klimaat. Zo’n overtuigingsmechanisme confronteert mensen met de negatieve gevolgen van risicogedrag door in te spelen op hun angsten. Door de confronterende stijl roept dit type voorlichting interesse op en weet het de aandacht vast te houden. Angst motiveert mensen om hun gedrag aan te passen. Angst is over het algemeen een sterke motivator van menselijk gedrag (vermijden van angst = voordeeltje), maar of die motivatie dan duurzaam is?
Internationaal onderzoek toont aan dat angstaanjagende voorlichting positieve effecten kan hebben op attitude en gedragsintenties. Op voorwaarde dat deze voorlichting niet alleen angst oproept, maar ook een heldere boodschap meegeeft over het persoonlijke risico en over uitvoerbare en overtuigende gedragsalternatieven. Er zijn ook valkuilen. Een te confronterende boodschap kan leiden tot vormen van weerstand vanuit het groene brein zoals ontkenning (‘Ik geloof het niet.’), ridiculisering (‘Wat een belachelijke film.’), neutralisering (‘Dat overkomt mij toch niet.’) en minimalisering (‘Zwaar overdreven.’).
Humor
Buitenlandse televisiespots over verkeersveiligheid zijn over het algemeen veel angstaanjagender dan de Nederlandse spots, waarin de humor meestal overheerst. Sommige onderzoekers menen dat voorlichting die gebaseerd is op positieve emoties minstens zo effectief kan zijn. Recent onderzoek wijst uit dat angstaanjagende verkeersveiligheidsvoorlichting bij mannen en jonge mensen minder gunstige effecten bereikt dan voorlichting die gebruikmaakt van positieve emoties (humor) en positieve gedragsvoorbeelden.
Tay (1999, 2002) onderzocht de effecten van voorlichting over rijden onder invloed bij Nieuw-Zeelandse studenten. De campagne met shockerende beelden van ongevallen bleek de risicoperceptie van rijden onder invloed te vergroten onder de studenten. Ook bleken de proefpersonen minder geneigd om na alcoholgebruik in de auto te stappen. Hastings et al. (2004) vinden de vraag of angstaanjagende voorlichting effectief is minder belangrijk dan de vraag of deze vorm beter werkt dan andere voorlichtingsvormen. Zij menen dat voorlichting die gebaseerd is op positieve emoties, zoals humor, opwinding, liefde en seksualiteit, minstens zo effectief kan zijn.
Knobbout & Van Wel (1996) bevestigen deze stelling. Internationaal onderzoek naar het effect van angstaanjagende voorlichting laat dus zowel positieve als negatieve effecten zien op attitude en gedrag. In het bijzonder bij mensen die niet direct gemotiveerd zijn om hun gedrag te veranderen (onbewust onbekwaam), kunnen defensieve reacties optreden, zoals ontkenning, bagatellisering en ridiculisering van de boodschap. Volgens recente theorieën kan een milde mate van angst functioneel zijn, mits de boodschap en gedragsaanbeveling goed, herkenbaar, realistisch en overtuigend zijn (Das, 2001; Ruiter, 2000) (SWOV-factsheet, april 2009).
Doe er je voordeel mee!